Hoe een gedragscode het voor iedereen aangenamer kan maken.

Ik laat je even terug dromen naar die heerlijke studententijd, of ik schud je net wakker omdat je het gisteren iets te bont hebt gemaakt, maar over 1 ding kunnen we het eens zijn… Studeren is, de leerstof even achterwege latend, genieten van het goede leven. Lessen zijn niet meer verplicht, het stressmannetje komen we pas tegen eind december, begin januari (tegen dan hebben we trouwens voldoende comfortfood verzameld van de afgelopen feestdagen om die strijd ook aan te kunnen ) en daarna is het weer een volledig semester zorgeloos rondkuieren tot de eindexamens. Oké misschien is dit iets te utopisch omschreven en krijgen we af en toe wel te maken met lastige taken, presentaties, tussentijdse examens, stages en een gebrek aan vakantie, maar over het algemeen kunnen we stellen dat de studententijd best wel zorgeloos en amusant is.
Er is slechts 1 klein dingetje waar een student standaard naar loopt te zoeken. Kennis? Een vriendin? Fiets-of kotsleutel ? Neen, Geld.

Zelfs als we onze schatkist Pipi Langkousgewijs tellen, hebben we niet voldoende om de maand door te komen. In ons stamcafé drinken we rond de 15e van de maand op de poef , we hebben al ontdekt dat Mevrouw Leemans’ reclameslogan geen waarheid bevat en vriendinnen eigenlijk helemaal niet staan te springen om geld uit te lenen en onze ouders schieten niets bij wegens de drukke augustusmaand die nog te vers in het geheugen ligt. Dus na een paar dagen huilend te overleven op crackers en Royco minutesoepjes, nemen we het heft in eigen handen. We willen een studentenjob.

We zoeken even op het internet en schrijven ons al snel in bij een evenementenbureau waarbij je zelf je werkschema kan bepalen. Klinkt dat niet buitengewoon interessant? Vrij vertaald betekent dit : uren en dagen zo regelen dat je nooit of te nimmer met een kater zal moeten werken, enkel de uren aanduiden waarop er niets beters te doen is bij voorkeur startend na de middag ,zodat de wekker niet gezet hoeft te worden, en eindigend voor een schappelijk café-uur en al bij al ziet het er nog wel leuk uit ook.

Oké, hier gaan we. Voor onze eerste opdracht zien we er pico bello uit. De ouders hebben nog eens in de geldbuidel getast en de kelnersoutfit gesponsord want hip hip hoera! Zoon- of dochterlief vertoont toch enige sporen van verantwoordelijk gedrag en terwijl de papa al aan de lijn hangt met de grootouders, kweelt mama dat ze het altijd in jou gezien heeft.

Je arriveert perfect op tijd op de werkvloer, de motivatie is nog duidelijk zichtbaar en de zenuwen hebben je benen toch iets sneller laten trappen. Je eerste opdracht? Rondgaan met een plateau vol ‘fluten’. Het schaamrood stijgt je naar de kaken, hoe is het mogelijk dat je van je eerste opdracht de helft van de zin niet verstaat? Je volgt de andere naar de keuken en eveneens hun voorbeeld. Iedereen neemt een plateau met cavaglazen.. Schijnt niet erg te zijn, die zogenaamde ‘fluten’ zal iemand anders al hebben meegenomen. Trillend probeer je de plateau te balanceren op je hand, waarom ziet het er bij de rest zo makkelijk uit? Goede god en je ben nog niet aan het wandelen. Maar het lukt je, als bij wonder geraak je bij de deur zonder een Laurel and Hardyscene te imiteren, en daar zakt de moed je in de schoenen. Mensen, belachelijk veel mensen. Het doet je nog het meest aan een mierenhoop denken en het is vandaag blijkbaar ook ontzettend moeilijk een verhaal te vertellen zonder wijde gebaren te maken. Je ziet de blik van de maître jouw richting uitgaan. Oké je moet bewegen! May the odds be ever in your favour.

Links, rechts, links, rechts, nog even!! Ja we zijn twee meter verder en jij staat met je plateau binnen handbereik van het eerste groepje mensen. Alle glazen zitten even vol, maar toch wil die sympathieke bankdirecteur dat ene glas links vanachter. Waarom? Hierbij gedragscode 1 : neem het meest voor de hand liggende glas. Dat is ook wat de kelner in kwestie verwacht. Vergelijk het met een koorddanser die plots ontdekt dat zijn touw een vreemde hoek maakt, kans is groot dat hij beneden in de ravijn ligt, en dat geldt ook voor die desbetreffende plateau. En inderdaad, je plateau valt op de grond, overal is het breken van glazen duidelijk hoorbaar en hoe het kan? God mag het weten, maar terwijl er daarnet nog geen speld tussen al dat volk paste, is er nu een mensvrije cirkel met een diameter van 4 meter ontstaan en jij bent het middelpunt. Oh Joy.

Ze stellen je gerust, kan iedereen overkomen! Maar de rest van de receptie krijg jij de plateau met hapjes voorgeschoteld. Je bent nog geen stap uit de keuken of je krijgt al een resem grapjes op je bord die niet alleen ongepast maar ook zo laag van niveau zijn dat ze zelfs de jaarlijkse scheurkalender van de plaatselijke vrouwengilde niet zouden halen. Ja je hebt een plateau laten vallen, ja iedereen heeft dat gezien en ja, je wit hemdje hangt nu vol oranje fruitsapvlekken maar niemand hoeft daar om de twee seconden aan herinnerd te worden. Net zoals niemand ook behoefte heeft aan de basiszinnen die aan elke tafel steevast worden uitgesproken door de lolbroek van dienst. Gedragscode 2 : we hebben een vaste route gekregen om ons door de zaal voort te bewegen dus hoe vaak je ook zegt : ‘Hier mag je altijd terugkomen’ en ‘de plateau mag gerust blijven staan, zodat jij ook wat pauze hebt’ of ‘als je langs hier blijft passeren, gaat je plateau wel leeg geraken’… het gaat je niet helpen. We komen niet vaker langs.
Hierbij ook ineens gedragscode 3 : ook al zien de hapjes die op speciale lepels worden gepresenteerd eruit alsof je die lepel na het verorberen onmiddellijk mag terugleggen op de plateau, niets is minder waar. De staantafels inclusief afvalbakje staan er niet voor niets. Naar een tweede groep mensen gaan terwijl je plateau ontsiert is door lege lepels die zojuist innig contact hebben gehad met een glibberige tong, is voor beide partijen niet bijzonder aangenaam.

Ondertussen ben je al een tijdje aan het werken en begint je maag aan een concert waar dat bandje achterin nog wat van kan leren. Verdorie, dat heb je met die Roycosoepjes. Maar, meester in het imiteren zoals je bent, heb je al snel door hoe die anderen het doen. Twee hapjes laten liggen op je plateau en die verorberen op weg naar de keuken, simpel maar geniaal. De receptie is gedaan, je maag is gestabiliseerd en het diner gaat beginnen.

Je ziet iedereen drie borden nemen en het angstweet breekt je uit. Aangezien jij geen auditie hebt gedaan voor Cirque du Soleil, zie je niet in hoe je dat in godsnaam gaat verwezenlijken. De rij wordt korter, je probeert nog een ontsnappingsroute te verzinnen maar helaas het is aan jou. Holy shit, die dingen zijn snikheet. Dat moet jij weer hebben, de anderen schijnen er geen last van te hebben. Op een of andere manier ben je erin geslaagd drie borden vast te hebben en op Speedy Gonzalestempo haast je je naar de dichtstbijzijnde tafel. Je pink schuift weg, oh nee komaan pinky! Oh de saus begint ook een eigen leven te leiden ondertussen. De foodporn op je borden ziet er ondertussen uit alsof het zwaar gemolesteerd is en terwijl je handen bijna derdegraads verbrand zijn, kan je nog net de vrouw ontwijken die haar stoel naar achter schuift en drop je de borden op de tafel. Oh ja sorry, nee ik heb geen rekening gehouden met de etiquette en nee ik heb dus niet eerst de vrouwen bediend, ik was iets drukker in de weer met het vermijden van een tweede Laurel and Hardyscene. Je maître ziet de ernst van de situatie in en voilà, vijf seconden later loop je de zaal in met twee flessen wijn in je handen.
Ah veel beter, je bedient eerst de vrouwen ( joepie! Vooruitgang) en voor een kwartiertje loopt alles goed. Uiteindelijk durf je het aan de VIPtafel te bedienen en terwijl je rode wijn aan het inschenken bent, vraagt Jonkheer pretentie aan de overkant van welk jaar de wijn is. Je mond valt open, je draait de fles met het etiquette naar je toe en morst ondertussen een drupje rode wijn op de uiteraard witte jurk van de jonkvrouw naast jou. Je wordt even rood als de wijn, stamelt iets van 2012 en terwijl er naast je zuchten worden geslaakt waar je moeder op een doordeweekse katerdag bij in het niets valt, geniet Jonkheer P van zijn tweede vraag… ‘Uit welk land komt de wijn?’
Gedragscode 4 : als de kelner in kwestie al niet kan antwoorden op de eerste vraag, is de kans klein dat er iets intelligents uitkomt op vraag 2. Haal je pleziertjes dus uit het eten dat voor je neus staat of probeer de persoon naast jou een hak te zetten met zijn laatste aandelenverlies, maar verwacht niet dat elke kelner ook een cursus ‘sommelier’ heeft gevolgd.

Ah een moment van absolute vreugde, de receptie is gedaan en nu rest ons enkel nog het avondfeest. Kan niet moeilijk zijn toch? De meeste mensen hebben al wat gedronken en worden iets toleranter, de DJ draait, ondanks een aantal ongepast vroege Frans Bauerhits, vrij goede muziek en het enige wat jij moet doen is glazen afruimen. Ideaal! Zelfs als je die dekselse plateau opnieuw laat vallen, wordt je tenminste niet overspoeld door een Niagara waterval aan fruitsap dus vol goede moed begeef je je opnieuw door de mierenmassa. Je levert goed werk, de tafels worden aan topsnelheid afgeruimd en je zelfvertrouwen groeit per stap die je zet. Je komt voorbij een tafel plezierige jongemannen en één ervan vraagt of je toevallig niet voor hem even een pintje wil gaan halen. Je wijst hem vriendelijk de weg naar de bar en vertelt hem dat je twee collega’s aan de bar een pint voor hem zullen tappen. Maar door een bepaalde kortsluiting in zijn hersenpan begrijpt hij niet wat je juist gezegd hebt. Hij blijft aandringen, op een sympathieke manier dat wel, maar het is ontzettend lastig. Je ziet verschillende tafels vol glazen en omdat je snel verder wilt met je werk, geef je toe.
Je loopt naar de bar, bestelt die pint en de bal gaat aan het rollen. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje en voor je het weet heb je twee ‘jobkes’ aan je been. En daar is die vuurspuwende blik van je maître. Oh nee niet nu, niet nu je net een plateau vol pinten vasthebt. ‘Of ik anders graag zelf de verdeling van de taken en de organisatie van het team op mij neem?’, ‘of ik soms genoeg had van mijn ene job en dan maar overschakelde naar de andere?’ Gedragscode 5 : laat een kelner gewoon zijn job doen en ga je pint lekker zelf halen. Dat beetje lichaamsbeweging zal zeker geen kwaad kunnen met de dosis alcohol die je van plan bent binnen te gieten.

Het feest loopt ten einde en jouw energieoverschot ook. Hoeveel mensen staan er nog in de zaal? 7 !! JA godzijdank, geef dat nog een kwartiertje en je bent naar huis! De laatste plakkers komen nog een pint bestellen, geen probleem, je bent euforisch, dan wordt het maar een half uurtje. Of anderhalf uurtje , of KUNNEN DIE PALJASSEN NU NIET GEWOON OP CAFE GAAN?!?

Gedragscode 6 : Als alle tafels naast de jouwe leeg zijn en het personeel ijzige blikken in jouw richting werpt en je nog net niet probeert te tackelen met hun keerborstels als je richting de toiletten loopt, is het tijd om naar huis te gaan of (zoals de frustratie hierboven al uitschreeuwde) tijd om op verplaatsing te gaan. Drink daar verder, praat daar verder maar laat ons naar huis gaan.

De laatste klanten zigzaggen de deur uit, je bent bekaf. Een pint wordt in je handen geduwd en de maître stelt je gerust dat het je best wel oké verging voor een eerste keer. De avond wordt uitbundig besproken en al de personen die zich niet aan bovenstaande gedragscodes hebben gehouden passeren uitgebreid de revue. Oh, er heeft nog iemand wijn gemorst en die jongen daar, heeft zelfs een volledige kom soep laten vallen. Het dringt tot je door, je was echt zo slecht nog niet.

Een week later wandel je uitgelaten naar je stamcafé, je bankkaart toonde voor de eerste keer die maand geen ontoereikend saldo en je hebt nog een poef af te lossen.
Ondertussen heb je je nog ingeschreven voor een drietal evenementen deze maand en ben je helemaal klaar voor morgen. Je gsm biept, aha de reminder! Of ik zeker ook mijn tire-bouchon wil meenemen…

Mijn wat?

Advertenties
Hoe een gedragscode het voor iedereen aangenamer kan maken.

Wat als ik morgen de lotto win?

Terwijl we ons allemaal de ‘Wat als’ filmpjes nog perfect herinneren en regelmatig terug youtuben ( waarbij het trouwens bijzonder moeilijk is om ‘het syndroom van Knokke Le zoute’ terug te vinden… Hoogstwaarschijnlijk het gevolg van wat fils à papas die, gekwetst tot op het bot, hun peperdure advocaten hebben ingeschakeld en, for the love of God, ondertussen terug zorgeloos over de Knokse dijk kunnen paraderen met hun Lacoste truitjes losjes over hun schouders gedrapeerd.. maar goed daar gaat het hier helemaal niet om), kreeg ik gisteren de vraag wat ik zou doen als ik morgen de lotto zou winnen.

Aangezien die vraag mij werd gesteld op ons jaarlijks familiefeest door nonkel Jan, die al 7 jaar op rij tot werknemer van het jaar bekroond is bij een bankfiliaal op ‘den boerenbuiten’ en al 7 jaar op rij pogingen doet om mij een zogenaamd ‘woonspaarplan’ aan te praten waardoor ik nog een extra rekening zou moeten openen ( raar, ik krijg er al amper 1 gevuld) antwoordde ik, mijn kerstcadeaus veilig stellend, ‘ stante pede het geld goed beleggen, mijn toekomst verzilveren, dat woonspaarplan activeren (vette knipoog) en dan leven van de interesten.’

Ja, as if. Elke mens die mij recht in de ogen kan kijken en zegt dat die zin daadwerkelijk het eerste is waar hij opkomt als die vraag wordt gesteld, kan voor mij even goed zeggen dat hij geen vijf trefwoorden kan vinden over die twee vliegtuigen die een paar jaar terug in die wolkenkrabbers zijn gevlogen. Het ligt simpelweg niet in het karakter van een mens om meteen voor de saaie, verantwoordelijke mogelijkheid te kiezen. (Uitgezonderd dan van nonkel Jan natuurlijk, die zou nog sneller in zijn geliefde bank staan dan dat je de ‘B’ van belegging kan uitspreken. ) Maar oké, de regel moet altijd bevestigd worden.

Enfin, de rest van het familiefeest bracht ik door in een gelukzalige roes terwijl ik nadacht over al de mogelijkheden die dat winnende lot met zich mee zou brengen. Tot het tijd was voor het dessert natuurlijk. Je mag namelijk nooit twee gelukzalige roezen met elkaar vermengen, daar heeft men het woord ‘verspilling’ voor uitgevonden.
Na een korte break, die net iets langer duurde dan gepland omwille van het feit dat Nonkel Jules een tweede stuk taart op mijn bord wist te mikken, had ik in mijn hoofd een top 10 gemaakt die ik hier gerust met jullie wil delen. Je weet maar nooit welke lucky lottowinnende bastard hier wel eens inspiratie kan opdoen.

1. Ik zou Julie Andrews uitnodigen (lees: een som geld aanbieden die niet te weigeren valt) voor een weekendje Salzburg om daar halt te houden bij elke bezienswaardigheid die ook in de Sound of Music voorkomt. Daar zou ik dan, tot in het gênante toe, elke scene bijzonder gedetailleerd naspelen en mijn eigen stem professioneel laten bijkleuren zodat ik in de aftermovie niet in affronten val wegens het niet klinken als een nachtegaal. Dit alles uiteraard in kledij gemaakt uit gordijnen.

2. Ik zou een teletijdmachine laten uitvinden enkel en alleen om de wereld te redden van de vierde Twilightfilm. Niemand, maar dan ook niemand, zat te wachten op een zwangerschapsfilm die daadwerkelijk 9 maanden lijkt te duren.

3. Ik zou aanbieden het begrotingstekort op te lossen, als Bartje er dan voor zou zorgen dat zowel de werk- als schooldag standaard pas begint om 10.30u.

4. Ik zou een vliegtuig laten maken dat volledig uit het materiaal van zo’n zwarte doos bestaat, omwille van het feit dat ik lijd aan panische vliegangst. Ook zou ik een aantal sessies bij een peperdure psycholoog boeken omdat ik maar weiger te aanvaarden dat een vliegtuig het veiligste vervoersmiddel in de wereld is, en ik ben echt niet super simpel.

5. Ik zou J.K. Rowling verplichten de Harry Potterboeken zo te herschrijven dat Sirius Zwarts niet sterft, verschijnselen en verdwijnselen wel mogelijk is op Zweinstein (gewoon om Hermelien te pesten) en dat Fred Wemel, tijdens dat ene cruciale gevecht, sukkelt met een WC-deur die weigert te openen en aan tijdelijk geheugenverlies lijdt zodat hij niet op de allohomoraspreuk kan komen. (Ze hadden verdorie het oor van George al)

6. Ik zou een deel van mijn fortuin schenken aan een goed doel, om mijn geweten te sussen, omdat dat nu eenmaal zo hoort en om in de krant te verschijnen als anonieme weldoener.

7. Ik zou de oscarresultaten zodanig manipuleren dat mijn goede vriend Leo er ook eens met eentje naar huis gaat. Die man verdiende er al een toen hij lag te bibberen in dat koude titanicwater, laat staan toen hij lag te bibberen wegens overmatig drugsgebruik in de Wolf of Wallstreet.

8. Ik zou die teletijdmachine van nr.2 opnieuw instellen en naar de tijd gaan waarin Freddy Mercury nog alive and kicking was. Daar zou ik mezelf bijzonder onpopulair maken door elke spannende date van Freddy te verstoren en, moesten mijn pogingen falen, er voor te zorgen dat er telkens een handjevol condooms ter beschikking zouden zijn. De tekst zou veranderen in ‘too much love doensn’t have to kill you’ en de wereld zou zodanig veel klassiekers rijker zijn, dat ze de top 2000 moeten aanpassen naar 3000 gewoon om anderen ook een kans te geven.

9. Ik zou toch snel even zo’n woonspaarplan gaan activeren, omdat ik nu eenmaal graag het favorietje ben.

10. Ik zou een of ander liefdesserum laten inspuiten bij Javier Bardem, me het hof laten maken in het Spaans, een kleine bitchfight houden met Penelope Cruz en uiteindelijk vijf bambino’s op de wereld zetten plus er nog een paar adopteren, gewoon om Angelina de loef af te steken.

Ah heerlijk toch. Terwijl ik uit mijn gedachten wordt gehaald door mijn ouders, die hun kans schoon hebben gezien om af te druipen zonder dat ze het volgende maandag van mijn grootouders moeten horen, denk ik nog even na over mijn top 10. Misschien moet ik toch ergens een beetje minder egocentrisch denken en écht mensen helpen met mijn miljoenen.

Maar dan bedenk ik mij dat ik helemaal de lotto niet gewonnen heb, die waarschijnlijk ook nooit zal winnen en mijn enige vreugde kan halen uit het verzinnen van waanzinnig egoïstische, soms onhaalbare situaties. Dus mijn top 10 blijft bestaan, ik pas hem wel aan als het ooit zo ver is. Ondertussen blijf ik gewoon proberen de contactgegevens van mevrouw Andrews en meneer Bardem te bemachtigen.

Baat het niet, dan schaadt het niet.

Wat als ik morgen de lotto win?

Het paard van Troje

Een manier om iets heel clichématig van me af te schrijven, leidde tot dit resultaat.
Voor alle helden, het Trojaanse leger telt er ondertussen al wel een aantal.

Het paard van Troje.

Mijn nonkel heeft kanker. Vergevorderd, je kent het wel. Onze wereld bulkt op dit moment van de kankerverhalen. Je kan er amper naast horen. Zoals we vorig jaar het volume nog luider draaiden als Uptown Funk op de radio kwam en het ons ondertussen bijna verveelt, zo heeft kanker zich nu in onze dagelijkse routine genesteld, gedrongen, vastgebeten. Hij heeft zich als een schaduw aan ons gehecht. Hij is er, altijd, we kunnen hem niet van ons afschudden. Slechts als de zon pal boven ons staat en de hoop opleeft, kan het even lijken alsof we hem kwijt zijn, tot die zon weer een beetje zakt en weer licht schijnt op zijn ware gedaante.

Ik zie kanker in onze maatschappij nog het meest als een paard van Troje. De Trojanen, die al een tijd in een heftige strijd verwikkeld zitten met de Grieken, staan plots oog in oog met een reusachtig paard. Een cadeautje, een teken van overwinning, een teken van vooruitgang. Een aantal Trojanen zullen zich wel een beetje achterdochtig opgesteld hebben, maar het euforisch feestgedruis overtuigt hen al snel het paard binnen te halen. Al bij al mag je een gegeven paard toch niet in de bek kijken. Ook wij worden gewaarschuwd voor gevaarlijke stralingen van nieuwe technologieën, de gevaren van roken en de nadelige gevolgen van te veel bewaarmiddelen in ons voedsel. Maar onze euforie is minstens even groot, die I phone 6 is toch fenomenaal? Sterven aan longkanker is toch de ver-van-mijn-bed-show en bio is echt wel geitenwollensokkengezever. Ook zij die heel hun leven lang sporten, gezond eten en hun gsm uitzetten tijdens het slapen, worden continu blootgesteld aan onze zelf gecreëerde hinderlagen. Het paard wordt vlotjes binnengehaald.

’s Nachts als niemand het doorheeft, maar het kwaad al is geschied, sluipen verschillende gluiperige Grieken door onze mooie stad, door onze kathedralen van lijven en ze nestelen zich in elk hoekje dat ze maar kunnen vinden. Ettelijke uren lang kunnen ze hun gangen gaan, ravage aanrichten , zich helemaal uitleven. Tot de Trojanen wakker worden. Het ziet er niet lief uit, even zijn ze van hun sokken geblazen en moeten ze een serieuze klap verwerken. Een fractie van een seconde later komt hun strijdlust naar boven. Het gevecht start, hier en daar een verwonding, af en toe een fikse slag in het gezicht, de vermoeidheid speelt parten maar de Trojanen zijn sterk en de Grieken verliezen in aantal. Na een uitputtende slag wordt er ’s avonds feest gevierd. Bepaalde delen van de stad zijn zwaar beschadigd en het zal een tijdje duren voor die weer heropgebouwd zijn, maar de Grieken zijn verdreven en dat is het belangrijkste.

In de glorieuze nasleep van de overwinning, valt die ene kleine Griek bijna niet te zien. Hij overleefde het slagveld en in een donker hoekje van de stad smeedt hij plannen om de overlevenden van zijn oud leger opnieuw binnen te halen. Troje zal en moet neergehaald worden. Het duurt best wel even, alleen is maar alleen. Maar stukje bij beetje krijgt zijn plan vorm en voor de Trojanen goed en wel hebben kunnen genieten van hun overwinning, staan de Grieken daar terug. Sterker dit keer, langs alle kanten van de stad vallen ze aan. Ze zijn met meer, ze hebben aan kracht gewonnen.

Op dit punt van de oorlog kan het alle kanten uitgaan. Alles hangt af van wie vandaag het meeste geluk heeft, de overwinning kan aan beide partijen toegeschreven worden. Dat de besten mogen winnen. Mijn nonkel is één van de besten, een vechter, een sterke, dappere Trojaan. Maar jammer genoeg hebben de Grieken in het geval van mijn nonkel geleerd uit hun eigen geschiedenis. Zoals hun eigenste held ten onder is gegaan, hebben ze nu bij hem ook zijn achillespees gevonden. Mijn held gaat stukje bij beetje ook ten onder.

Mijn grootse wens op dit moment? Terugkeren in de tijd, de Grieken verbannen naar mars, daar is nu toch water gevonden. Maar dat is mijn naïeve, als –we-maar-konden-toveren-zelve. Mijn tweede grootste wens? Een manier vinden om de achillespees te beschermen, bij iedereen. Zodat alle toekomstige pijlen er gewoon van afschampen.

Het paard van Troje

Een klein welkomswoord

Hallo blogfan, wellustige lezer of toevallige ‘zapper’ op het internet.

Ik ben een blog begonnen om mezelf aan te moedigen meer te schrijven.
Moest dit toevallig een bijdrage leveren aan jouw voornemen om meer te lezen, lucky us! een win-winsituatie.

Lezen mag, comments achterlaten mag, deze pagina instant direct terug verlaten, mag ook.

Veel leesplezier!

Een klein welkomswoord