De Mooiste Daken van Rotterdam

Dé tijd van het jaar is weer aangebroken. Kindjes twijfelen al een aantal weken of het wel nog zo slim is snoepjes uit de koekenkast te stelen, oudere broers en zussen leiden gezichtsverlies als ze hun jongere kompaan moeten beschermen tegen die etters die rondstrooien dat hij niet bestaat en ouders mogen urenlang aanschuiven in shoppingcenters om hun kids op de schoot te kunnen zetten van een wildvreemde man. De Sint is in het land en dat is aangenaam voor iedereen. Voor de kinderen die binnenkort overladen worden met snoepgoed en cadeautjes, aangezien ie-de-reen dit jaar weer braaf is geweest en voor de ouders aangezien zij hun kroost steevast twee uur vroeger in bed krijgen, want hij zou maar eens op de uitkijk kunnen staan. Hoog tijd dus om eens iets terug te doen voor deze goedheiligman dus wij kozen speciaal voor hem, en voor jullie natuurlijk, de mooiste daken van Rotterdam eruit. Maar we beginnen in de haven, want waar zou hij anders zijn stoomboot achterlaten?

haven.png
De haven van Rotterdam

De haven van Rotterdam was vroeger nog de grootste ter wereld maar is intussen ingehaald door Shanghai. (Dat heb je nu, met al dat ‘made in China’ speelgoed). Toch blijft deze haven, als Europa’s grootste, de moeite om te bezoeken. Verschillende boottochten liggen te lonken om je de skyline van Rotterdam vanop het water te laten zien en er is er zelfs één waarbij je in een ‘hot tub’ rondvaart. Kiezen is niet simpel en je kan natuurlijk ook niet alles krijgen. – Iets wat vele kindersnoetjes binnenkort nogmaals zullen vaststellen – dus wij raden je de ‘Spido’ aan. Gedurende 75 minuten vaar je genietend van de frisse wind langs de hoge gebouwen die Rotterdam te bieden heeft en je passeert zelfs het stoomschip Rotterdam, het voormalige vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn, dat je trouwens ook vanbinnen kan bezichtigen. Echter, vooral ’s avonds is de haven wondermooi. Vele boten zijn sfeervol verlicht en deinen rustig op het water, waardoor je dat typische havengeluid krijgt. Ideaal voor een gezellige avondwandeling, maar kleed je vooral warm aan. Zeker diegenen die Spaanse temperaturen gewoon zijn, kunnen rond deze tijd van het jaar wel eens klappertanden langs de ‘Rotte’.

 

Nadat we de haven uitgebreid geïnspecteerd hebben op verschillende ‘Sintbelangrijke’ aspecten, zoals voldoende aanmeerplaats en gezellige havencafés voor de zwarte, witte, groene of weet ik veel welke kleur pieten (want deze discussie laait hoog op in het Rotterdamse), kunnen we op zoek gaan naar de mooiste daken. Een stad bekijken en doorwandelen met je hoofd in je nek geworpen is onaangenaam, dat kunnen we je bij deze vertellen. Gelukkig wil Simon De Pauw (24), een jongeman die onlangs zijn stage startte in Rotterdam zijn kennis en vriendenkring aan ons uitlenen, zodat we zowel slagen in onze opzet Sinterklaas tevreden te stellen als naar huis kunnen terugkeren zonder whiplash.

Wolkenkrabbers en atypische daken

witte-huis

We ontmoeten Simon aan het Witte Huis. Ja Rotterdam heeft dat ook, en neen, we gaan hier geen presidentieel getinte grapjes maken, alhoewel linken tussen Obama, zwarte piet, Trump en stoute kinderen best wel voor wat sfeer zouden kunnen zorgen in dit artikel. Enfin het zou de waarde van dit monument een beetje naar beneden halen, want het blijkt met zijn 45 meter hoogte de eerste wolkenkrabber van Europa te zijn geweest. Simon, zelf architect, komt hier graag en vertelt over de broers van der Schuijt die dit kantoorgebouw ontwikkelden in 1894. Samen met Willem Molenbroek namen ze het risico om 11 verdiepingen hoog te bouwen. Ondanks het feit dat wij nu wel wat meer gewoon zijn, was dit toch fascinerend. In die tijd werd in Nederland nooit hoger gebouwd dan vijf etages. Slecht Weer Vandaag werd alvast naar de manege gestuurd om zijn sprongkracht te oefenen.
Vandaag kan je op het gelijkvloers genieten van een drankje en een hapje in het Grand Café Het Witte Huis. De steak is alvast een aanrader en ook de zalmtartaar met spinazie blijkt zeker oké te zijn. Hou er wel rekening mee dat je ook geld neerlegt voor de locatie. Eten in de oude haven dat betaal je natuurlijk. Zij die iets goedkoper willen snacken, moeten een kleine kilometer verder wandelen. Tante Nel, eerder verborgen in de Pannekoekstraat , is een creatie van Kevin de Roos en zijn partner. Pannenkoeken worden er niet verkocht, maar er wordt wel gefrituurd op hoog niveau. “Haute Friture op oma’s wijze”, lachen ze. “We vinden het leuk dat we wat verborgen liggen. Soms komen mensen hier wat verrast binnen gewandeld maar zien we ze toch vaak terug komen. Extra leuk is het dan als ze ineens heel hun vriendenkring bijhebben. Dat maakt het veel specialer dan naast de typische trekpleisters te liggen! Wat ‘Haute Friture’ juist inhoudt, laten we je graag zelf ontdekken maar de typische Hollandse kroket ontbreekt zeker niet op het menu.”

 

Als je uit het Witte Huis wandelt en naar links kijkt, ontdek je al snel een aantal rare daken. De kubuswoningen en de bibliotheek van Rotterdam zijn én blijven blikvangers.

kubus

 

Aangezien we het geluk hebben met een architect op stap te zijn, krijgen we al snel te horen dat Piet Blom de kubussen heeft ontworpen. Hij wou graag een dorp in de grote stad creëren. De kubussen maken een duidelijke scheiding tussen het openbare leven met zijn winkels en bedrijven (beneden) en het private leven waar de mensen wonen (boven). Door de schuine ramen in de huizen, hebben de inwoners een groot en duidelijk beeld over wat er zich beneden afspeelt, maar het private blijft beschermd. Een kijkkubus geeft je de kans om te zien hoe mensen wonen in een, op zijn zachtst gezegd, ietwat speciale woonvorm. Nieuwsgierig als we zijn, betalen we snel 3 euro en even later staan we in één van de woningen. Voor mij voelde het een beetje alsof ik volledig gedesoriënteerd was en af en toe naar voor dreigde te vallen, mijn reisgenoten bleken er echter geen last van te hebben. Gelukkig waren we het wel eens over de unieke ervaring die de kubussen met zich meebrengen, en met het feit dat het voor de Sint en zijn paard en beetje als de Spartacusrun moet voelen om hier heelhuids over te raken.

bib.png

 

De bibliotheek van Rotterdam ziet er vanop een afstand meer uit alsof je één of ander waterparadijs hebt gevonden met gigantische gele glijbanen. Echter, terwijl je verder wandelt en jezelf vervloekt wegens het niet bijhebben van een zwemoutfit, kom je dichter en besef je dat je gewoon richting een aartslelijk gebouw wandelt. Het lijkt een beetje op het Centre Pompidou in Parijs, maar komt er toch minder goed mee weg. Boekenliefhebbers zijn hier wel op het juiste adres, met meer dan 700.000 boeken, cd-roms, dvd’s, video’s en e-books kan je zeker wel spreken van een uitgebreide collectie. Met onze ogen toe, maar tevens ook gerustgesteld dat er geen kinderen onder dat dak wonen (we kennen de smaak van de Sint niet natuurlijk, maar het lijkt ons sterk dat dit gebouw van bovenaanzicht mooier is dan van zijaanzicht), willen we snel verder wandelen. Simon raadt ons echter aan toch even binnen te gaan. Zoals je een boek niet mag beoordelen op zijn kaft, mag je blijkbaar dit staaltje architectuur niet beoordelen op zijn rare gele buizen. En gelijk heeft hij, de binnenkant is prachtig. Er komt ongelooflijk veel licht binnen en de gezellige lampionnenlampen maken dat je er een hele dag wil blijven zitten. Rotterdam blijkt de place to be te zijn voor architecten in spe want niet veel later staan we alweer voor een speciaal gebouw.
Zoetigheden voor iedereen

markt

De Markthal is niet alleen een imposant gebouw maar ook uiterst interessant. Bij de bouw van de opvallende boogvorm werden er verschillende middeleeuwse objecten gevonden zoals vazen, gereedschap en talloze kanonskogels. Geschiedenisliefhebbers die deze willen bekijken, hoeven enkel even de roltrap te nemen. De moeite waard, dat zeker! Maar buiten een stukje archeologie, heeft de markthal natuurlijk vooral veel heerlijke, versbereide etenswaren te bieden uit verschillende culturen. Bij het binnenkomen worden zowat al je zintuigen geprikkeld door de heerlijke geuren en kleuren en je weet niet waar eerst lopen. Onze tip? Volg je neus, die stelt nooit teleur. Nadat je jezelf hebt overgegeven aan al het lekkers moet je ook zeker eens naar boven kijken.

 

Kunstenaar Arno Coenen mocht zich volledig laten gaan (wat jullie daarnet waarschijnlijk ook gedaan hebben) en creëerde zomaar even het grootste kunstwerk ter wereld, namelijk de hoorn des overvloed. De hoorn die zowat ieder kind treft bij het ontwaken op 6 december, kan je hier dus elke dag bewonderen. Het enige nadeel hier is wel de drukte. Je voelt je af en toe een beetje in een mierenkolonie en dat kan wel een beetje op je gemoed werken. Als je dit wil vermijden, kan je best in de voormiddag komen. Onze timing, ongeveer 16.00 ’s middags, ook wel bekend als ‘vier-uurtjestijd’ was misschien niet de beste. Hou dit dus zeker in het achterhoofd. Het gezelligste kraampje? Voor ons was dat de Spaande tapasbar ergens in het midden van de hal. Niet alleen was het eten overheerlijk, maar de kok vertelde ook passievol over al zijn gerechten. Angst om hem niet tegen te komen? Wees gerust, je kan niet naast zijn enthousiasme kijken.
Na de Martkhal is het bijna tijd om huiswaarts te keren. Simon neemt ons nog even mee naar een cocktailbar, naar verluid de beste van Rotterdam. Passievruchten die gevuld worden met sterke drank, in brand worden gestoken en zo in de cocktail vliegen, zijn hier geen uitzondering. Toch houden wij het gewoon bij een pintje. Ook niet slecht en iets minder duur. Al is het wel amusant om de barmannen bezig te zien. “Ik werk hier ondertussen al even en kan mijn creativiteit volledig uitleven bij het maken en verzinnen van nieuwe cocktails. Rotterdam heeft meer te bieden dan architectuur alleen, ook wij bouwen hier aan meesterwerken”, knipoogt de barman.
Het laatste dak dat we willen, maar helaas ook moeten bezoeken, is het Centraal Station van Rotterdam. Op weg naar daar komen we de Kerstman nog even tegen. Het beeld ‘Santa Claus’ van Paul Mccarthy (niet de Beatle!) leidde tot veel verzet bij de inwoners van Rotterdam.

buttplug.png

 

Voor vele mensen had het beeld een seksuele connotatie waardoor het al snel de bijnaam ‘kabouter Buttplug’ kreeg. De Rotterdammers wilden dan ook niet dat het beeld naast ‘De Doelen’ werd geplaatst, ook wel bekend als het tweede concertgebouw van Nederland met een bezoekersaantal van 650.000 mensen per jaar. Bij wijze van compromis werd het dan maar geplaatst op een iets minder bekend plein. Een bende muggenzifters, die Rotterdammers? Beslis daar gerust zelf over. Wij waren in ieder geval van mening dat de kunstenaar wel een hele aparte kerstboom voor ogen had, in een nog specialere verhouding. Enfin, als we wat voorbijgangers aanspreken, lijken de meningen verdeeld. Uitspraken als ‘een waar schandaal’ worden afgewisseld met ‘ik vind het wel grappig’ en ‘wat is een buttplug?’. Unaniem blijken de Hollanders wel een grotere fan van het Sinterklaasfeest. Terwijl wij vaak enkel een schoen zetten en in de ochtend blij zijn als er daadwerkelijk iets in zit, is het hier een heus familiegebeuren. Met een gerust hart kunnen we dus verder wandelen naar onze laatste bestemming, wij hebben alvast voor de juiste volksheld gekozen om een artikel aan te wijden.

centraal station.png

 

Het Centraal Station van Rotterdam is een indrukwekkend gebouw. Als de Sint een skifan blijkt te zijn, zou hij zich hier perfect kunnen uitleven. Of we het even mooi vinden als het Centraal Station van Antwerpen? Neen, maar eigenlijk is dat ook een beetje als appelen en peren vergelijken. Dit station, hypermodern en pas geopend in 2014, straalt een heel andere charme uit dan wat wij gewoon zijn. Met spijt in het hart, gaan we nog even langs de Albert Heijn waar we de nodige boodschappen doen om straks iets in elkaar te kunnen flansen. We gaan voor een AVG’tje vandaag, hier beter bekend als de afkorting voor aardappelen, vlees en groenten. Ja, wat kunnen we hierop zeggen … Rare mensen, die Hollanders.

Op de trein naar huis openen we een pakje typische stroopwafels. Vandaag is het 5 december en we zijn best braaf geweest dit jaar. Helemaal bovenaan het lijstje komt dan ook een ticketje richting Rotterdam. Zo willen we zeker in de lente nog eens terug om eventuele tuinen, molens en parken te gaan ontdekken. Of zoals wij het zien; de mooiste plekken om paaseieren te verstoppen.
Alvast graag gedaan, meneer de Paashaas.

 

 

 

Handige adresjes:

 

  • Spido B.V.: Willemsplein 85, 3016 DR Rotterdam

  • Oude Haven Rotterdam: De Oudehaven is een van de de oudste havens van Rotterdam. Ze ligt in het centrum van de stad, zuidoostelijk van station Rotterdam Blaak.

  • Voormalige vlaggenschip Holland Amerika Lijn: 3e Katendrechtsehoofd 25 3072 AM Rotterdam

  • Witte Huis: Geldersekade 1, 3011 Rotterdam

  • Tante Nel: Pannekoekstraat 53, 3011 LC Rotterdam

  • Kubuswoningen: Overblaak 70, 3011 MH Rotterdam

  • Centrale bibliotheek Rotterdam: Hoogstraat 110, 3011 PV Rotterdam

  • Markthal: Dominee Jan Scharpstraat 298, 3011 GZ Rotterdam

  • Cocktailbar Noah: Wijnhaven 3, 3011 WG Rotterdam

  • Santa Claus: Eendrachtsplein, 3012 LA Rotterdam

  • Station Rotterdam Centraal: 3013 AJ Rotterdam


route.png 

 

De Mooiste Daken van Rotterdam

Discobaar- was het maar mijn- Moeder

disco.png

Je wordt wakker door de eerste zonnestralen die je kamer binnenglippen, twee vogeltjes die het bij Assepoester voor bekeken hielden, reiken je een zachte kamerjas aan en je neus volgt de geur van spek en eieren richting keuken. Je leunt met je stoel lichtjes tegen de kast vol platen terwijl je verder ontwaakt met ‘lonely teardrops’ op de achtergrond. De ‘Schele’ schenkt je nog wat fruitsap in en de ‘Ras’ kan het niet laten en roept dat er zeker ook ‘geswaffeld’ mag worden. Ondanks het feit dat je altijd al een beetje ‘faithless’ door het leven ging, kijk je even naar boven. God blijkt dan toch een DJ te zijn. Terwijl je verder wegzinkt in je gelukzalige roes, maakt je eigen moeder je brutaal wakker. Weg zonnestralen, dynamisch duo en vogels. Terwijl je kiezen snel wat cornflakes te verwerken krijgen, kijk je opnieuw naar boven en mompel je wat niet nader te vermelden woorden. Niet getreurd, vriend. We hebben allemaal wel eens waanbeelden in de trend: ‘Discobaar-was het maar mijn-Moeder’. Maar lees gerust dit artikel even door, zo zijn ze er toch een beetje bij.

Ik word uitgenodigd in de Vooruitzichtstraat te Borgerhout, thuisbasis van de Schele (aka Wouter Hoet) en tevens de plek waar de VZW Barak A Bomma in al zijn glorie zal staan schitteren, althans dat verwacht ik toch. Aangekomen sta ik voor een sjofele deur, het huis lijkt al jaren onbewoond en er brandt nergens licht. Het oestrogeen in mijn lichaam begint op volle toeren te draaien, ik durf niet aanbellen en lichtjes zwetend begin ik wat rond mijn eigen as te draaien. Smooth. Gelukkig valt tijdens één van die aarzelende cirkelbewegingen mijn oog op een roze flamingo een paar huizen verder. Daar zijn de ramen wel degelijk verlicht en druipt de gezelligheid ervan af. Blijkt dat ik me van huisnummer heb vergist. Ach ja, elke wijze heeft al eens een richtingaanwijzer nodig om tot bij een bende heiligen te geraken. En eventjes in ‘mijnen defense’; die vorige wijzen konden met drie het adres opzoeken, ik sta er alleen voor.

Enfin, niet veel later zit ik aan tafel met Wouter- De Schele- Hoet (43) en Gunter- de Ras- van Reusel (41). Na een vriendelijke waarschuwing van de Ras dat ik hem moet onderbreken als hij te lang blijft praten – blijkbaar heeft een arme journalist ooit slechts één vraag moeten stellen om twee uur vol te krijgen, wat nefast bleek te zijn voor zijn vraagstelling – beginnen ze te babbelen over het ontstaan van hun vriendschap.

“Ras draaide op reggaefeestjes, wij gingen naar reggaefeestjes. Zo simpel als 1+1=2 dus eigenlijk.”, aldus de Schele. “Toen de Ras dan ook nog eens naar de kanten van Borgerhout trok, kwamen we samen in ons stamcafé De Kroon. Ikzelf tapte en draaide daar al eens sporadisch en er werd al eens een ‘rummeke’ gedronken. Op een bepaalde avond was iemand jarig en hadden we allebei wat platen meegebracht, een pick-up was aanwezig en van zodra we de koptelefoon hadden opgezet, was Discobaar A Moeder geboren.”

Discobaar ‘het zijn stadbewakers’

Borgerhout, ‘A Moeder’, een ‘rummeke’. Je hoeft geen Einstein te zijn om hier een link te leggen met het Antwerps dialect en onze koekenstad. Antwerpen betekent veel voor deze heren. Ze zien zichzelf als zuiver Antwerps en ook wel een beetje als ‘bewakers van het dialect’. In hun vriendenkring wordt niets anders gepraat en doorheen hun DJ-sets roept de Rasechte Antwerpenaar leuzen als ‘Zweten gelak een spons, houdt uw vrouw int oog, of z’is van ons” of “Bij ons meude al is lache en zwanze, met Discobaar A Moeder is ’t altijd een bitje vacance.”

“Ik voel me gewoon beter op mijn ‘gemak’ als ik in mijn dialect kan praten, dan kan ik mezelf zijn. In Holland roepen we dingen als ‘Geef eens een signaal, maak eens een beetje kabaal!’, maar dat klinkt toch wat minder ‘Discobaar’.”

Dat ze begaan zijn met hun stad, blijkt ook uit hun engagement met het Ringlandfestival. Ze zijn een vaste waarde op de affiche en hevige voorstanders van meer groen in de stad. Ze wonen allebei in dichtbevolkte regio’s en merken enorm hard de gevolgen van het ‘fijn stof’.

“Als je, eender waar in ‘het stad’, je fiets twee dagen laat buitenstaan, kan je simpelweg je naam in het zadel schrijven, dat geeft wel stof tot nadenken. Discobaar A Moeder is net te lang om gratis reclame te maken op fietszadels, maar even serieus, het is een groot probleem. Als échte Antwerpenaars willen wij dat er iets verandert en proberen wij ook ons steentje bij te dragen. Zo verplaatsen we ons zo vaak mogelijk met de fiets en de Ras zit in een autodeelgroep, meerdere mensen maken dan op een betere en doordachtere manier gebruik van dezelfde auto.”

“We zijn inderdaad wel bezig met onze ecologische voetafdruk. Tot voor de geboorte van mijn zoontje ben ik lang vegetariër geweest, maar ik vond dat ik een kind niet kon verplichten om geen vlees te eten. Dat is iets wat hij later zelf moeten beslissen. Al snel begin je dan voor de gezelligheid opnieuw mee te eten. Wel doen we elk jaar mee aan Dagen Zonder Vlees, dat vind ik echt een goed initiatief.”
Discobaar ‘het zijn ook vaders’
De Ras heeft een zoontje van vijf jaar en De Schele heeft ‘van elk eentje’. Miel en Noor, respectievelijk zes en negen, hebben alvast de muziekkennis van hun vader meegekregen. Miel kocht onlangs zijn eerste plaat en Noor is helemaal weg van de Compact Disk Dummies. Het blonde deel krullen is in iedere geval enorm trots op zijn kroost.

“Wij hebben veel muziek opstaan en de kinderen pikken dat op. Dat is echt heel graaf. Onbewust wordt dat toch wel met de paplepel meegegeven. Uiteraard kunnen onze kinderen ook 10.000 luchtballonnen meezingen, maar ze zijn ook mee met de nineties, Afrikaanse muziek, … en noem maar op. Ik weet dat ik misschien een beetje bevooroordeeld ben, maar die hebben echt een kei goede muzieksmaak. Je kan je kinderen muzikaal echt waanzinnig goed opvoeden. Zo kijkt mijn zoon er ook echt naar uit om binnen een aantal jaar een eigen pick-up op zijn kamer te zetten en zijn eigen platen te draaien, dat vind ik fantastisch.”

Ook de Ras is terecht trots op zijn kleine mini-me, maar door een recente verhuis, staat de muziek even op zolder in plaats van in de living. Zijn zoon heeft wel al sinds zijn twee jaar een eigen fisher price pick-upje, waar singletjes op passen en waar hij zich volledig mee kan uitleven.

“Ik zie mijn zoontje jammer genoeg wel minder vaak. Ik ben gescheiden van de moeder en ga hem één keer in de week van school halen. Ik ga dan na mijn werk onmiddellijk naar de nabewaking, maar een avond is maar kort. Dat ‘manneke’ moet op tijd in zijn bed, er moet nog eten gemaakt worden en in de ochtend heb je ook geen zeeën van tijd. In het weekend komen wij wel een beetje tot rust. Al is rust veel gezegd want dan probeer ik er toch vaak iets leuks van te maken, buitenshuis dan wel. Voetballen, basketten, naar de zoo, noem maar op. Toch hoop ik binnenkort een inhaalbeweging te maken en die muziekopvoeding een beetje in een stroomversnelling te krijgen. Mijn vader had vroeger namelijk een gigantische collectie platen, enfin, als ik daar nu op terugkijk, valt dat eigenlijk best wel mee, maar ik vond dat magisch. Die 100 lp’s stonden dan in zo’n grote wandkast en ik kon daar als ‘klein manneke’ niet aan. Met een stoel klom ik dan naar die platen en daarmee glipte ik naar mijn kamer. Playbacken, top 30-lijstjes maken -die dan elke maand veranderden- en een eigen radioprogramma, daar hield ik me van jongs af al mee bezig.”

Discobaar ‘het waren ook studenten’

Je zou verwachten dat mensen met een duidelijke passie voor muziek en entertainment, ook in die richting iets gaan studeren. Niets is echter minder waar. Net zoals ze eigenlijk geen enkel genre schuwen in hun DJ-sets, zijn ook zowat alle studierichtingen de ‘revue’ gepasseerd. De Ras ging van Latijn naar industrieel techniek, handel, specialisatie verkoop, avondschool, tot een diploma marketing en eindigde uiteindelijk als begeleider op een sociale werkplek.

“Ik ben op een bepaald punt besluiteloos geraakt. Ik had voor mezelf nooit echt die reflectie gemaakt ‘wat doe ik nu eigenlijk graag’ en ben dan wat beginnen aanmodderen. Boekhouden vond ik vreselijk, de helft leerde ik gewoon vanbuiten, maar ik vond wel dat ik een diploma moest halen en dat heb ik uiteindelijk ook bereikt.”

De Schele die momenteel werkt als jongerenhulpverlener bij het JAC, doorliep zo’n beetje eenzelfde patroon.

“Eigenlijk heb ik altijd al geweten dat ik iets met jongeren wilde doen of met mensen in het algemeen, maar een echt duidelijk plan had ik nooit voor ogen. Ik heb nog schrijnwerkerij en elektriciteit gestudeerd en alles wat je wilt eigenlijk. Uiteindelijk ben ik dan in het jeugdwerk beland en dat zie je eigenlijk vrij vaak in onze sector. Voor sommige is die roeping er meteen, maar bij de meesten komt die toch wat later. Discobaar A Moeder is ons ook gewoon overkomen. We hebben nooit echt de intentie gehad om dat doelbewust te laten uitgroeien tot wat we nu zijn en misschien is dat ook net onze sterkte.”

“Als we ooit zouden moeten kiezen tussen de Discobaar en onze job, dan kiezen we voor ‘A Moeder’, want anders worden we knettergek. Maar zo ver gaat het nooit moeten komen want wij beseffen maar al te goed dat onze jobs ons de luxe geven om de ‘feel good dingen’ eruit te pikken die ons gelukkig maken. Of ons succes ooit voor problemen zorgt op het werk? Neen, op zich niet. Af en toe komen er wel eens een paar jongeren een ‘selfie’ vragen om te stoefen bij hun vrienden, maar daar stopt het ook. We proberen heel low profile te blijven en zijn daar met heel andere dingen bezig dan onze DJ-sets, en die jongeren ook. Die hebben wel andere dingen om over na te denken.”
Bij het buitengaan kijk ik nog even glimlachend naar de roze flamingo. Een andere mascotte, een opblaasbare leguaan, werd ooit gestolen. Amélie Poulaingewijs werden er dan verschillende kaartjes opgestuurd van de leguaan op reis, een anekdote die de Ras en De Schele vrolijk vertellen, al hebben ze hem nooit terug gezien. Iets anders dat al even van de radar is

verdwenen, voor de Schele dan vooral, is een nieuwjaarfoto die zijn naam alle eer aan doet. Als hij vijftig wordt, is de Ras van plan heel het Stad vol te hangen met een, naar het schijnt, niet zo flatterende foto. Nog een zevental jaar wachten dus. Zeven jaar waarin we kunnen hopen dat we nog veel van hen zullen horen.

Want Discobaar, verdorie toch, was u maar mijn moeder.

Discobaar- was het maar mijn- Moeder