Jong Sportgeweld

Onbekend maakt onbemind, maar laten we daar verandering in brengen. Elke week krijgen twee onbekende sporten de kans om hun stem te laten horen. Vandaag bijten Elise Audiens (18) en Simeon Van der Hoeven (19) de spits af. Met een tweevoudige wereldkampioene rope skipping en een jongeman die een eigen parkourpark wil bouwen, kunnen we spreken van een gouden start.

Ik ontmoet Elise en Simeon als twee tegengestelden in Antwerpen. Simeon komt al steppend aan in joggingbroek, Elise rustig van de trein in gewone kledij. ‘De trams reden niet dus ben van Berchem naar hier gestept’. Mijn gedachten flitsen terug naar diezelfde weg die ik al fietsend afwerkte terwijl wat zweet van mijn rug loopt. Aan Simeon is geen inspanning te zien. De sportieve toon is gezet en mijn zelfvertrouwen is ietwat gezakt. Terwijl we beginnen te praten wordt duidelijk dat Elise en Simeon meer gemeenschappelijk hebben dan op voorhand gedacht. Beide studeren kinesitherapie. Geeuw, vraag aan een bende sporters wat ze willen studeren en 9 op de 10 krijg je dit antwoord. Ze blijken dan ook nog met succes sport en studies te combineren. Leuk om te horen als mens, schrijnend voor dit artikel. Gelukkig waren ze in hun sportkeuze origineler dan in hun studiekeuze en beginnen ze al snel uit te doeken te doen hoe hun sport is ontstaan.

Het idee dat rope skipping een vrouwensport is, wordt al verworpen van bij het ontstaan van de sport. Geen bende speelplaatsmeisjes maar een American football player, Richard Cendali, zette de eerste sprongen in de goede richting. Mister C, zoals hij in de rope skippingmond wordt genoemd, moest aan zijn conditie werken en touwspringen leek daarvoor de ideale training. Om die training op te vrolijken, combineerde hij verschillende arm- en beenbewegingen en niet veel later was de sport geboren. Helemaal gebeten door de microbe, liet hij het Football achter zich en gaf workshops rope skipping van in Amerika tot in België. In 1990 startte Nadine De Ridder de eerste rope skippingclub in het Antwerpse en daarna is het enkel blijven evolueren. “Grappig eigenlijk, springt Simeon in, want ook Parkour is op een alternatieve manier ontstaan.” Tijdens de Vietnamoorlog ontwikkelde een Fransman (Belle) enkele typische parkoursprongen om efficiënt over het slagveld te bewegen. Terug in Parijs, leerde hij zijn zoon David Belle, de knepen van het vak en die legde uiteindelijk de basis van Parkour. In het begin was alles nog low profile, maar van zodra video’s verspreid raakte over de wereld, werd de sport opgepikt door de UK en andere landen. Zeker de komst van youtube heeft zijn bijdrage gehad. “In België wordt de sport ondertussen een 10-tal jaar beoefend, maar we moeten zeker niet onderdoen voor andere landen. Het talent zit verspreid over heel de wereld en dat is bijzonder tof”, ratelt Simeon enthousiast.

Anders, uniek en toch hetzelfde

Op het eerste zicht zijn er geen twee sporten die meer van elkaar verschillen dan rope skipping en parkour. Rope skipping gebeurt binnen, parkour speelt zich voornamelijk buiten af. Vrouwen bevinden zich vooral bij het touwspringgedeelte (hoewel dat in de Aziatische landen net andersom blijkt te zijn) en op de parkourvideo’s zie ik voornamelijk mannen verschijnen. Rope Skipping kent meerdere wedstrijden per jaar, bij parkour spreek je eerder van ‘bijeenkomsten’. Toch hebben ze ook verrassend veel gemeenschappelijke kenmerken.

Zoals je bij Parkour een onderscheid kan maken tussen Freerunning en Parkour, kan je bij rope skippingwedstrijden een onderscheid maken tussen freestyles en speedproeven. Parkour en speedproeven draaien rond snelheid, freerunning en freestyles laten de sporter vrij en dagen zijn creatieve geest uit. In beide sporten worden de ‘vrije onderdelen’ vooral gequoteerd op creativiteit, uitvoering en moeilijkheidsgraad. De eigen inbreng is groot en je kan jezelf onderscheiden door verschillende showelementen toe te voegen en zo origineel mogelijk uit de hoek te komen. Tof, maar het subjectieve jurysysteem zorgt er ook voor dat vaste regels en een duidelijk afgelijnd puntensysteem moeilijk vast te stellen zijn. Het systeem valt moeilijk in een cursus te gieten en jaarlijks worden er meerdere veranderingen doorgevoerd. Voor een mooie oefening op muziek (rope skipping) of een mooie, originele sprong (parkour) bestaan wel duizend definities en over smaken valt niet te twisten.

“Dat is volgens mij ook de hoofdreden dat onze sport niet olympisch wordt en in de media onbekend blijft, aldus Elise, zelfs mijn ouders snappen niet volledig hoe alles werkt en ondertussen spring ik toch al van mijn 8 jaar. Ga als leek naar een voetbalmatch en je hebt wel door wat juist de bedoeling is van die twee palen met een net tussen waar die mannen een bal proberen in te trappen, maar bij rope skipping slaagt zelfs de helft van de opkomende juryleden niet voor het examen.’ Ook Simeon beaamt dit, het jurysysteem van freerunning zal waarschijnlijk altijd blijven evolueren en veranderen.’ Maar het is ook niet mijn grote droom om parkour olympisch te laten worden. Het mooiste aan de sport vind ik het pure parkouronderdeel, waar er echt gefocust wordt op snelheid, efficiëntie en lichaamscontrole. Op zich ondermijnen wedstrijden de waarden van parkour. Het draait vooral om zelfontwikkeling en trots zijn op wat je zelf presteert. Je kan parkour zelfs een levensstijl noemen. Je moet op je eten letten, fysiek helemaal top zijn en mentaal sterk staan. ‘Be strong to be useful’, zeggen we wel eens. Pas op, parkour kan soms een competitief kantje aannemen, maar de motivatie moet van binnenuit komen. De eerste die stoppen zijn diegenen die enkel willen presteren op internationaal niveau en geen intrinsieke drang hebben om te verbeteren. Als je jezelf altijd moet vergelijken met andere mensen, ga je nooit tevreden zijn met wat je zelf kan. Terwijl er misschien een heleboel jongeren net opkijken naar jou. Sociale media is dan ook zowel een meerwaarde als een bedreiging voor onze sport. Op zich motiveren positieve comments je wel en krijg je bevestiging, maar het kan er ook voor zorgen dat je net te ver gaat om meer likes en aanzien te krijgen. Dan ga je ongecontroleerd sprongen maken waar je mentaal niet klaar voor bent, en dat willen we ten stelligste vermijden.

Straffe prestaties en mooie toekomstdromen

Of het jurysysteem nu op punt staat of niet, Elise Audiens wist vorige zomer de concurrentie stevig weg te blazen. In Zweden werd ze zowel individueel als in team wereldkampioen Rope Skipping en verbrak ze het wereldrecord op de 30 seconden speedproef. ‘België is al zolang ik spring, top in de sport. Elke internationale wedstrijd kapen we medailles weg. Azië is wel sterk aan het opkomen. Zeker in de snelheidsproeven zijn die kleine spleetogen gigantisch’. Over die wereldtitels blijft ze opvallend bescheiden. ‘Onze selectiewedstrijd in België was niet schitterend. We eindigde 5e en selecteerde dus als laatste ploeg voor het WK. De rol van underdog lag ons wel, want zonder al te veel extra druk wilde we vooral beter springen op het WK en ons ‘kunnen’ laten zien. Uiteindelijk stonden we na de laatste proef eerste op het officieuze scorebord. Het was de eerste keer dat zo’n bord de tussentijdse resultaten liet zien. Wij durfden het dan ook niet te geloven en er zijn veel tranen gevallen op weg naar het podium. De dag erna had ik individuele wedstrijd. Nog in een roes heb ik deze gesprongen. We hadden het onmogelijke al bereikt, eerlijk gezegd kon die wedstrijd mij niet meer heel veel schelen. Door de kleine druk sprong ik opnieuw een goede wedstrijd. Dat ik zowel individueel als in team wereldkampioen werd, is nog steeds niet goed doorgedrongen.’ Hoewel ze sterk benadrukt dat de winst vooral kwam door de underdogpositie, zijn ze ondertussen wel terug Belgisch kampioen geworden. Niet slecht, gezien de concurrentie hier moordend is. Als ik haar daar op wijs antwoordt ze stilletjes ‘ja, dat is ook wel waar. Op zich had ik ook meer zenuwen voor dat BK. Nu hadden we écht iets te bewijzen.’

Ondertussen zit Simeon zowat met open mond te staren. ‘Amai wereldkampioen, dat is wel enorm.’ Hoog tijd om beide sporters beeldmateriaal van elkaar te laten zien. Bij het kijken van een parkourfilmpje stelt Elise zich de vraag hoe ze dat in godsnaam trainen. ‘Wij zitten gewoon in een sporthal. Zachte vloer, geen obstakels. Enkel ons touw of foutief neerkomen kan ons nekken.’ Simeon daarentegen oefent vaak buiten. Van de ene reling naar een andere muur en dat soms op wel drie meter hoogte. ‘De basis van parkour wordt tegenwoordig vaak binnen aangeleerd, maar kan ook aangeleerd worden in een veilige, gecontroleerde omgeving in de buitenlucht. Daar wordt enorm gefocust op de techniek en omgaan met verschillende situaties. Als we tijdens een sprong merken dat we de muur niet gaan halen, zijn we getraind om ons lichaam zodanig te manoeuvreren dat we veilig landen. Daar zijn verschillende technieken voor. Te veel binnen trainen is ook niet goed, daar ga je nooit je grenzen verleggen. Ik geef zelf ook les aan kleine beginners en die neem ik zo snel mogelijk mee naar buiten. Op een plint of een muur springen is een wereld van verschil. Van zodra je één keer buiten bent geweest, train je binnen veel gerichter. Mentaal sterk staan is de helft van je sprong. Is het je nog niet opgevallen dat we nooit springen met knie- of elleboogbeschermers? Dat doen we bewust. We willen geen onberekende risico’s nemen, en van zodra je die dingen aandoet, ga je veel roekelozer springen. Eén zijn met jezelf, de natuur en omgeving staat centraal binnen parkour.’ Buiten trainen klinkt tof, maar is dit wel altijd legaal? Ja en neen, de politie kent ons ondertussen en we maken er een hoofdzaak van de omgeving en zijn omstaanders steeds te behandelen met respect. Zit er iemand op het muurtje waar je al een maand naartoe werkt? Pech, dan moet je wachten. En van zodra er schade is, wat trouwens weinig voorkomt, betalen we desnoods uit eigen zak. Maar meestal krijgen we leuke commentaren. Niet lang geleden kwam een oma nog zeggen dat het er niet simpel uitzag en je daar vast hard voor moest trainen. We hebben natuurlijk niet heel de parkourgemeenschap onder controle. Als er een negatieve aanvaring gebeurt, proberen we die persoon in kwestie tot bij ons te krijgen. Als oudere en ervaren parkourspringers, willen we de jonge garde de waarden van de sport mee te geven. Soms moeten we vechten om onze sport positief in het daglicht te stellen. Voor één negatieve aanvaring, zijn er negen positieve nodig om het evenwicht te houden. Mijn grote droom? Een eigen parkourpark. Maar die wordt hopelijk eind volgend jaar werkelijkheid. De plannen zijn binnen om een park te maken in Antwerpen Spoor Oost. Duimen omhoog!’

Elise is alvast onder de indruk. “Een eigen parkourpark? Dan kom ik misschien wel eens trainen op sprongkracht en controle!” Waarop Simeon enthousiast reageert; “Das goed, Elise! Neem gerust springtouwen mee, kan niet slecht zijn voor mijn conditie!”

Al zeker twee zielen kunnen overtuigen van de waarde van deze sporten, u ook?

Advertenties
Jong Sportgeweld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s